maandag 4 mei 2026

091 - Uit de as herrezen: Hoe Micha 7 het Israël/Juda van 1948 tot nu voorspelt

Eerder heb ik al eens een blog geschreven over hoe Micha 4 over het huidige Juda profeteert. Nu wil ik graag eens naar Micha 7 kijken, waar we vergelijkbare conclusies moeten trekken.

De context is deze. Noordelijk Israël is kort daarvoor door de Assyriërs afgevoerd en niet meer in het land. Gods plan met tienstammen-Israël is één ding. Micha profeteert in en over Juda. Gods plan met Juda is van een andere orde en daar kijken we hier even naar.
In Micha 6 wordt in eerste instantie geheel Israël (noordelijke tien stammen en zuidelijk twee stammen) aangesproken als zijnde uitgeleid uit Egypte (6:4). In het tweede deel wordt letterlijk “de stad” met u aangesproken. Dat moet Jeruzalem zijn en als zodanig wordt heel Juda aangesproken. Het oordeel wordt in vers 13 over Jeruzalem uitgesproken: “Ik zal u ook ziek maken, door u te treffen en te verwoesten vanwege uw zonden.”
Vervolgens komt in hoofdstuk 7 Jeruzalem zelf in de ik-vorm aan het woord. Ook nu klinkt het oordeel (vers 4): “De dag van uw wachters is gekomen, de dag van uw vergelding.”

AI-representatie van Juda die uit de as en ruines van haar bestaan weer opstaat.

Het meest voor de hand liggende is om nu te denken dat dit over de Babylonische Ballingschap gaat. Er zijn echter meerdere redenen waarom dit niet opgaat.

  1. Jezus citeert Micha 7:6 in Mattheüs 10:21, 35-36 en zegt daarmee dat deze profetie op ZIJN tijd (en daarna) slaat.
  2. In Openbaring 6:17 komen we eenzelfde uitdrukking tegen als in Micha 7:4. Openbaring gaat verder waar Micha het aankondigde. Openbaring gaat nadrukkelijk niet meer over de Babylonische Ballingschap.
  3. Nogal ongebruikelijk is dat er gesproken wordt over vijandin in vrouwelijke vorm (vers 8 en 10). Jesaja 47:1 spreekt vrouwelijk over Babel: “Daal af en zit neer in het stof, maagd, dochter van Babel.” Je kan daarom een verband met de hoer van Openbaring 17 leggen, die de stad Rome uitbeeldt, rijdend op de draak van het Romeinse Rijk en die in Openbaring 18 transcendeert naar het geestelijke rijk van de duivel Babylon. Babylon is daarmee vooral een voorbode van het erge, grotere dat later gaat komen.
  4. Micha 7 gaat over herstel voor Jeruzalem in de orde van grootte van de uittocht uit Egypte (vers 15): “Als in de dagen toen u uit het land Egypte trok, zal Ik het wonderen doen zien.”
    Dit gaat niet over de terugkeer uit de Babylonische Ballingschap, want dat was een zeer vredelievende uittocht onder de welwillende bereidheid en medewerking van Perzische koning Kores.

Een volgende ding is dat er sprake is van een enorm tijdspanne tussen het oordeel en het herstel. Dit blijkt het sterkst uit vers 14b: God “laat hen weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van oude tijden af.” Dit weiden wordt voorgesteld als iets dat heel erg lang geleden plaats gevonden heeft, terwijl noordelijk Israël nog maar een paar jaar daarvoor afgevoerd was en die weideplaatsen verlaten had.
Die lange tijdsspanne blijkt verder ook uit allerlei woorden als: uitzien naar (vers 7), wachten (vers 7), totdat (vers 9), nu (vers 10). Op de dag (vers 11), op die dag (ook vers 11), het is een dag (vers 12). Niet voor eeuwig (vers 18), weer (vers 19).

Als we het daarom hebben over een verwoestend oordeel over de stad Jeruzalem en het gaat niet over de Babylonische Ballingschap en vervolgens over een herstel dat na lange tijd plaatsvindt, dan moeten we het hebben over de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 en de wederoprichting van de staat Israël (feitelijk Juda) in 1948 als begin van het herstel.
Micha 7 gaat over het Israël/Juda van nu! De verzen 11-13 beschrijven letterlijk wat er op die dag van de oprichting gebeurde:

11 Op de dag waarop Hij uw muren zal herbouwen,
op die dag zal het besluit zich ver verspreiden.
12 Het is een dag waarop men naar u toe komt
vanaf Assyrië tot aan de steden van Egypte,
en vanaf Egypte tot aan de rivier,
van zee tot zee, van berg tot berg.
13 Maar de aarde zal worden tot een woestenij, om zijn bewoners,
vanwege de vrucht van hun daden.

Maar het gaat nog verder:

14 Weid Uw volk met Uw staf,
de kudde van Uw eigendom,
die alleen in een woud woont,
te midden van een vruchtbaar land.
Laat hen weiden in Basan en Gilead,
als in de dagen van oude tijden af.
15 Als in de dagen toen u uit het land Egypte trok,
zal Ik het wonderen doen zien.
16 De afgodenvolken zullen het zien en beschaamd worden,
ondanks al hun macht.
Zij zullen de hand op de mond leggen,
hun oren zullen doof worden.
17 Zij zullen stof likken als de slang;
als kruipende dieren van de aarde
zullen zij sidderend uit hun burchten komen,
naar de HEERE, onze God, zullen zij in angst komen,
en zij zullen voor U bevreesd zijn. 

Basan is zo ongeveer de Golan-hoogte en Gilead is aan de andere kant van de Jordaan. Op dit moment heeft Israël de Golan-hoogte en grote delen van zuid-Syrië weer onder controle om daar de Druzen te beschermen tegen de moordcommando’s van de huidige zelf-benoemde president Ahmed al-Sharaa. De letterlijke toepasbaarheid van deze geografische details op de huidige situatie is meer dan opmerkelijk.
Kijk hoe Israël genoodzaakt is de aarde van haar vijanden tot een woestenij te maken, omdat zij stedelijke gebieden tot militaire vestingen omgebouwd hebben met eindeloze tunnels en wat niet al.
Kijk hoe Israël geen enkele oorlog begonnen is en geen enkele oorlog verloren heeft.
Kijk hoe de vijanden in het stof bijten.
Kijk hoe diverse van deze vijanden tot de ontdekking komen dat het beter is om handel te drijven met Israël dan er oorlog mee te voeren. Te hopen en te bidden is dat zij de God van Israël gaan aanbidden.

Wij zitten eigenlijk middenin dit proces van Micha 7.

En dan als klap op de vuurpijl krijgen we dit: 

Micha 7:18 Wie is een God als U,
Die de ongerechtigheid vergeeft,
Die voorbijgaat aan de overtreding
van het overblijfsel van Zijn eigendom?
Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn,
want Hij vindt vreugde in goedertierenheid.
19 Hij zal Zich weer over ons ontfermen,
Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen,
ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.
20 U zult Jakob de trouw bewijzen
en Abraham de goedertierenheid,
die U aan onze vaderen gezworen hebt vanaf de dagen van weleer.

God gaat zijn belofte aan Abraham en Jakob gestand doen. Letterlijk. In het Juda van nu. Daar is Hij nu volop mee bezig. Micha 7 laat zien hoe. Als zodanig is Gods bemoeienis met en bescherming van het nog steeds grotendeels seculiere Juda een prachtig beeld van de vergeving die hij voor ons allemaal bewerkt heeft in Jezus Messias. Hij heeft ons eerst liefgehad. Zoals Hij Juda ook eerst liefheeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Aanbevolen post

086 - Babylonische Archeologie bevestigt de authenticiteit van het bijbelboek Daniël

Ja, je leest het goed: de Babylonische kleitabletten die in de 19e eeuw uit de puinhopen van Ninevé en Babylon werden opgegraven, laten zien...

Populaire posts